woensdag 30 april 2008

La découverte

Na een culinair etentje bij P. (niet te lezen als Pee), veranderde de avond in nacht. Het bed werd opengeklapt en met enkelingen zochten we de televisionele wijsheid op die we uiteindelijk vonden in een Sweet Sixteen aflevering waar we de maatschappij toch wel even in vraag stelden. Na het nodige dekengetrek en de altijd verwachte kussengevechten met E. tikte de seconden weg. Ik stapte dan maar eens de nacht in zodat P. en E. hun bed konden opzoeken. Onder de donkere regenwolken, gesierd door hier een daar een ster, doolde ik door de verlaten straten van Gent totdat gerinkel me opschrikte. Er moest een reddingsactie plaatsvinden. J., die zich bevond in een Overpoorts danscafé vol gepeupel die de echte pareltjes in Gent niet kent, kwam gek van de goedkope dansmuziek die het café vulde. Met een goedkope smoes loodste ik hem de deur uit, de straat op.

Samen zochten we de Geus nog eens op om daar neer te ploffen in één van hun excellente zetels, gehuld in Jazzklanken, geïngalleerde rook en bruisende drank. We herontdekten de wondere wereld van René Magritte en penetreerden in zijn surrealistische werken die een tikkel van onze waarheid meekregen. 'Ceci n'est pas une pipe' gedachten...


Voordat de deuren van het Geuzenhuis werden gesloten, loosten we onszelf terug de stad in. Genietend van de rust en de stilte die Gent overmeesterde op dit maanuur. Na wat geslof, ploften we neer op een bank, in donker gehuld, in hét Muinpark waar we ettelijke uren bleven zitten en uitkeken op de zwarte vijver, die ons geruststellend in het oog hield. De stereotype nachtelijke woorden en ideeën vulden onze mond en werden de ruimte ingeslingerd. Stil genoeg, zodat geen slapend mens werd wakkergeschrikt door de subtiliteit van de wakkere mens. Samen met het vogelgefluit zochten we mijn kot op om stilaan de ochtend al slapend in te zetten.

maandag 28 april 2008

Persephone

En toen kwam alweer de bevestiging van het onbekende. Vreemde kronkels beginnen stilaan de oppervlakte te verkennen en steeds meer penetreren vragen mijn lichaam en hoofd. "Wat als" wordt gauw gezegd, maar mijn lippen blijven stijf op elkaar en koppig dicht. Of dat wijsheid bevat, blijft schimmig. Schimmig... dat is hét woord. Stilaan reizend naar de vergetelheid met een duidelijke schaduw die zich manifesteert op mijn gevulde kotmuren. Zoekend naar de uitgang normale gang van zaken.


Want wat als.... Kijk, ik heb het toch gezegd. Heel stil en teder, zodat enkel de nacht me hoort. Nu nog de moed vinden om het de dag in te fluisteren. 'Misschien' zijn aaneen geregen letters.

zondag 27 april 2008

Pluk de zon.

Laten we eens eerlijk zijn. Voor eens…



Ik neem adem in mijn longen, net voldoende om één zin, met eerlijkheid, de ruimte in te sturen. En daar blijft hij hangen en rondzweven, totdat jij nog eens die kamer betreedt en die zin in je opneemt. Tenminste, als hij dan nog niet mijn openstaand raam heeft gevonden en door de stille straten van Ergens doolt. Steeds hoger klimmend, totdat een wolk hem absorbeert en de waarheid laat wenen. Daarom was één adem genoeg, want de regen overwon.



Als Honsjeponsjekevertjes bestaan, kunnen de mensjes de zon plukken, ook als het onweert. Gelukkig dat het is.

maandag 21 april 2008

Exit.

Op binnen en buiten en boven en onder en begin en eind en heen en terug en voor en achter en open en dicht en kop en teen en dik en dun en recht en krom en glad en ruig en meer en minder en alles en niets en dank en stank en heug en meug en big en zeug en steen en been en truus en leen en op en top en kiel en sop en ik en jij en wij en zij en hak en tak en pis en kak en dit en dat en zus en zo. Zo?

zondag 20 april 2008

Ik open mijn ogen

...
...
...

Want slapend is ze het meest nabij.



Laten we het daar maar bij houden.



zaterdag 19 april 2008

We zijn slaafse nachtvissen.

Zo.


Mijn dagen tussen toen en nu worden stilaan geschreven op de krant van morgen. Letters banen zich een weg doorheen de stille pauzes die de kaders hadden bezet. De harde hand van de stilte moet afdruipen, richting (N)ergens want ik ben jong, ik brouw maar wat. Onwillekeurig krijgen mijn brouwsels een getint kleurtje, afhankelijk van mijn consumptie van die dag. Enkel en alleen kleuren ze niet, ze verven. Ze verven hét doek.

“Volharding, dat is de hoofdzaak want wie niet in wonderen gelooft, is geen realist.” zegt de paps op een ouderlijke toon tegen zijn oudste dochter. Ja knikkend ging ze akkoord, niet wetend wat het precies inhield. Maar het waren de woorden van haar paps en vaderfiguren worden niet in twijfel getrokken.

En daar stond zij (of Zij) dan. Tussen de zoete volharding en de bittere wonderen. Vol onverschilligheid en onwetendheid dwaalt ze door de straten van een verlaten stad die mij ook gekend is. We lopen in elkaars schoenen, per toeval en voor heel even. Maar net genoeg om de maan te laten opkijken en haar voorzichtige stappen op te merken. Het onzichtbare begint stilaan een vorm te krijgen. Het perspectief wordt bijgewerkt en objectiviteit verlaat het straatbeeld. Ziezo, de nacht kleurt subjectief naakt…


Naakt… Naakt!

De contouren zijn afgetast.
De ochtendzon is geabsorbeerd.
De schaduw was besproken.


De nacht schuift nu eenmaal geluidloos...

zondag 6 april 2008

Het kind in de kunstenaar gekoesterd.





Ik moet het niet meer weten,

nu je met je mond vol kus gespaard
weer voor me staat.


Stijn Vranken


vrijdag 4 april 2008

Tot hier en zelfs verder

Ik woon tussen mijn personages. Afwisselend snuiven ze de zon op en leven ze van grasgroene gedachten. Ze springen de trein op, richting Ergens, om daarna als een andere gedaante terug te pendelen. In het epicentrum werden ze verondersteld rust te vinden, maar die gedachte werd al snel gesust door een overvolle agenda. Geen rust kwam opzetten, maar een waarheid. Een waarheid die zowel verstoot als omarmt, want ook een stoel kan niet blijven zitten. Je mond zocht woorden die op hun beurt een zin sponnen… “Jouw hand in mijn hand, liefde bij de koffieklets.”

Dat was je antwoord op mijn waarheid geworden. En ik, ik mocht je bedanken met het sluimerende geluid van de stilte. Maar al snel vonden mijn klanken de woorden: “Hier moest het naakt zijn, want jij bent een vleesgeworden impulsmoment.”



Samen zochten we naar de kunst van het stelen van kunst
maar op kousenvoetjes werden we betrapt.


Spannend, nietwaar?!


P.S. Breek uit je eierschaal en wordt een kuiken, maar vooral hopen fruit eten.