vrijdag 28 maart 2008

Het koekjesmonster slaat toe

Nostalgisch koekje… zo werd ik onlangs beschreven door een vreemdelinge E.. Hoe moet je nu in godsnaam een nostalgisch koekje gaan definiëren? Een Oreokoekje, akkoord. Princekoek, tot daar aan toe. Maar een nostalgisch koekje? Is het lekker, zoet, zoutig, krokant, zacht, romig, …?

Het radarwerk werd in gang getrokken. En zonder al te veel besef, zit ze er recht op. Mysterieus zijnd, mijn hoela. Twee ordinaire woorden zijn genoeg om één persoon samen te vatten. De wereld als koekjestrommel waar iedereen zijn eigen smaak heeft. De realiteit is een wereld vol illusie waar de regel van het postmodernisme geldt. De waarheid is dood en objectiviteit is een stervend ras. Laten we daar maar van uitgaan. Maar dat bederft de pret niet. Hoezee voor “juiste” antwoorden. Want wat menig mens je ook probeert te vertellen, ze hebben gelijk. Ook al ben jij er niet mee akkoord. Ieder geïsoleerd op zijn of haar eigen eiland met als metgezel hun eigen waarheid. Met wat geluk zorgen enkele smokkelroutes voor een verbinding met een ander verlaten eiland, zodat reizen toch nog eens mogelijk wordt.

Dus ja, ik ben een nostalgisch koekje. Je hebt gelijk. Net zoals P. me een koekje vindt die tandplak veroorzaakt, maar wel geen gaatjes achterlaat. (van een contradictio in terminis gesproken) En wie weet welk koekje de lezer me toegooit. De wereld is dus niet enkel een koekjestrommel… Iedereen is één op zich.





Lang leve het koekjesmonster!!






donderdag 27 maart 2008

Wie van ons twee heeft de ander bedacht?

Woorden zijn mager, breekbaar en broos. Hoe kunnen zij, machteloze slachtoffers van mijn woelige geest, ooit recht doen aan onze relatie en de onnoemelijke impact die ze op ons leven heeft?
Dan hebben we de stiltes, twijfelachtig hangend in de eetkamer. Niet zeker wetend of ze de trap naar de slaapkamer mogen nemen of dat ze nog beter even gaan zitten in de woonkamer.

We blijven ongegeneerd koppig doorlopen, met de stroming mee of er lijnrecht tegenin. In dat gevoel waren en zijn we verbonden als geen twee anderen. Gevolg: cohesie of frontale botsing, alweer opgevangen met de nodige proportie woorden die de ruimte worden in geslingerd. Onze woorden zijn vluchtige opgejaagde dieren die het bos in vluchten om beschutting te zoeken. Stiltes liggen ons meer, de open weilanden die ademruimte creëren en de dieren laat drinken aan een klein riviertje.

Als mond van tederhout,
zou ik wijken voor je woorden.
Zou ik?
Misschien is ja
het mooiste woord.

Pom Wolff

We denken niet, we huiveren door de eenvoud van de verleiding. We openen onze ogen en op het onbeschreven blad van de ochtendlucht schrijft een vogel onze poezië neer. Voorzichtig, zonder al te veel omwentelingen. Want uit de wonderbare kluwen van waarheid en fantasie hebben we toen ons eigen verhaal geweven. En elke dag opnieuw kent het een ander einde die dan terug transformeert in een begin. Het begin kan niet zonder einde, net zoals geluiden onlosmakelijk verbonden zijn met hun echo. Sentimentaliteit heeft namelijk niets te maken met het herinneren, maar alles met het vergeten.

Mijn linkeroog moet mijn rechteroog overlappen, want elk zien ze dingen die de ander niet ziet. Wie kan dat beter zeggen dan Marc De Bel:

Telkens als ik jou zie
raak ik op slag
van slag
en alles kwijt

het noorden
mijn adem
mezelf

de tijd
en vooral mijn kluts
I love you so muts




vrijdag 21 maart 2008

Méér koffie? Graag.

Je hebt gelijk, ik ben terug woordenloos. De stiltes belichamen de naakte hemel waaronder we ons verschuilen. En toch, de verleiding ligt altijd op de loer, net zoals de maan steeds over ons waakt.



Maar net zoals ééntje
om een tweede vraagt
en ook bijna altijd krijgt
of een begin
niet zonder einde komt

Zo smaakt mijn koffie vandaag
naar meer
naar jou
naar meer van jou.

dinsdag 18 maart 2008

Les Amants Reguliers

Ik méén wat ik zeg en ik zeg wat ik méén.

Het avondlicht zinkt door de vensters binnen
De bruine meubels denken aan elkaar
Een stervend woord wil overal beginnen

En dat doet het ook. Het begint, aangezien de woorden tussen het nieuwe ons aan het sterven waren. Maar het is niet, het kwam gewoon. Net zoals de zon opkomt en terug gaat slapen. De term "wij" probeert alweer duidelijkheid te scheppen al telefonerend. Jij daar, ik hier en zo bengelt de afstand tussen ons in. Maar deze keer wordt deze weg bereden door de definitie. Voorzichtig baant het zich een weg op fragiele wegen die uiteindelijk wel altijd ergens uitkomen.
De meningen zijn verdeeld, net zoals ons ratio.

Droom dan tenminste dat wij nimmer scheidden,
Wij droomden het zo vaak, kind, naast elkaar.
Nu kuste ik, toen je sliep, voor het laatst de zijde
Geurende overvloed van je wild haar.

Ik nam mijn vedel, liet me het raam uitglijden,
Sloop door den boomgaard, telkens omziend naar
Het venster, open in de klimtop, waar
Jij met een glimlach droomt dat wij nooit scheiden.

Droom dan, als in het sprookje, honderd jaar:
Droom dat je met mij zwierf en met me bij de
Herbergen speelde en dansen begeleidde -

Adieu. Wellicht maakt ginds een tovenaar
Een prinses van deze vedelaar
Wiens kus je wekt, en zijn wij nooit gescheiden.

Martinus Nijhoff - De muze en het meisje

maandag 17 maart 2008

Dubieus

Geheel gewaad in dubieuziteit (als dat al een woord is), vlij ik me neer in mijn bed. Sentimentaliteit vult stilaan mijn kamer, niet goed wetende waar het heen moet vluchten. Als een gevangene zuigt het mijn ademlucht op en voel ik me verstikt. Vrijheid is een utopische gedachte, net zoals alle andere roerselen die zich weven in mijn hoofd.

Nochthans was alles deze morgen helder, niet zonnig, gewoon niet regenachtig. Zoals zovele andere maandagen voor deze. Gemotiveerd begon ik te zwoegen aan de lesvoorbereidingen die af moesten. Maar naarmate de tijd vorderde, begon elke seconde te knagen. De Kelten startten de oorlog met tijd en met mijn geduld. Maar toch, net zoals in de geschiedenis moesten ze bezwijken. Hoe strijdlustig ze ook waren, ik heb ze kunnen overmeesteren. Nu zitten ze mooi gegoten in een lesvoorbereiding. Morgen mogen ze terug ten tonele verschijnen.
Naast de Kelten, kwamen de neologismen ook aan bod. Quatsch, regelrechte onzin kwam uit mijn mouw geschud. Toegestaan, want het zijn uiteindelijk neologismen.

Geheel uitgezogen en passief sletter ik naar mijn kot, de mediatheek vervloekend en belovend dat ik dat de komende dagen zal verbannen. Hanne, een jenke kotgenote, zorgde terug voor de nodige energie, net zoals één van haar lady's. Gekwetter was terug te horen in heel het weergalmende gebouw. Na een lang overleg, die zéker wel ettelijke microseconden duurde, besloot ik maar om mijn wekelijkse café-avond aan te vatten. Vg zou het worden, determinatie alom, mezelf een kriek belovend, samen met de discipline niet al te laat naar kot terug te keren.

Lander kwam me zoals gewoonlijk oppikken. Kletsend over de vorige week en gebeurtenissen hadden we terug aan update aan alles. De afstand tussen mijn kot en vg is altijd mooi gepast. Eenmaal toegekomen werd het me alweer duidelijk. Ik zou me terug wentelen in de algemene situatie die stilaan vertrouwd begint te voelen. De ene sjokte vg binnen terwijl een ander het café verliet en zo ging de avond verder. Eline en Pieter hielden me vooral gezelschap en naast de serieuziteit van enkele gesprekken, was er plaats voor gehuppel en gekwezel. En toch, de waarheid viel, 'dubieus'... Het woord die blijft rondvliegen als een pegasus in mijn gedachten. Hét woord die alles omvat, die sluimert tussen ergens en nergens van hersenkronkels.

En zo vertrok ik terug kotwaars. Uit automatisme meed ik alle heuvels die ik kon mijden. Ik was met de fiets en mijn benen wilden geen uitdagingen meer voor vandaag. Toch, diep in gedachten en in muziek verzonken, reed ik verkeerd. Pas na enkele minuten had ik eindelijk fits dat dit niet de weg naar mijn kot was. Na een reoriëntatie bereed ik nu de juiste weg, richting slaap en bibliofagie.

Look up, what do you see?
All of you and all of me
Fluorescent and starry
Some of them, they suprise

zondag 16 maart 2008

Ik hoor het applaus, het theater zit vol

“Einen guten Morgen!”
Niets 'plezanter' om in Duits geschel wakker te worden op een veel te vroege zondagmorgen (Ja, 8uur is vroeg). Ik laat me mijn bed uitvallen om duidelijk te maken dat mijn spieren nog slaap verdienen en wanneer ze mij geheel wakker willen krijgen, me nog ettelijke uren mogen laten liggen soezen en dromen. Maar dit is zonder de ochtendactiviteit van mijn broer gerekend. Holderdebolder gooit hij zijn hele lijf (gelukkig niet al te groot en te zwaar) op mijn slaperige lichaam en probeert hij mijn spieractiviteit wakker te kietelen. Reactie: mond open, keelgat open en maar schateren en roepen. Een combinatie van lachen en boos willen zijn, met een weergalming van hier tot in de keuken. Al lachend geef ik me over en beginnen mijn spieren met tegenzin te werken.

Toch viel dit alles al bij al nog mee. Het absurdisme was vooral heer en meester van deze huiselijke structeren en iedereen leek naast elkaar zijn ding te doen, totdat alles uiteindelijk versmolt in een namiddag.

Aangezien je als student wel ettelijke uren op je kamer mag doorbrengen, zat ik op het studeerkamertje lustig te lezen totdat mijn gsm mijn aandacht trok. Lieftallige P. belde me op. P., een onderdeel van mijn verleden en heden, hield zich terug niet aan de afspraak. Net een soort vicieuze cirkel die niet te doorbreken is. Hoeveel keer we ook de toekomst proberen uit te stippelen, altijd slagen we erin ons er niet aan te houden. Deze keer was zij de zwakke van ons. Het verleden jaagt op ons. Hoe hard we het ook proberen te negeren, de zuigkracht en de verleiding is gewoon te groot. En toch, beiden weten we wat ons te wachten staat wanneer we het heden willen combineren met de toekomst. De spanning, die er nog altijd is tussen ons, teert objectief gezien op het verleden. Is dit wel een goede basis om terug een relatie te beginnen...
Ja, neen, ja, neen,... steeds dezelfde vraag die blijft komen.

Al dat gewijfel, getwijfel. Even wil ik niet meer denken en gewoon de week nemen zoals ze nu komt: Ik hoor het applaus, het theater zit vol. Tijd om het masker boven te halen.