Het avondlicht zinkt door de vensters binnen
De bruine meubels denken aan elkaar
Een stervend woord wil overal beginnen
De bruine meubels denken aan elkaar
Een stervend woord wil overal beginnen
En dat doet h
et ook. Het begint, aangezien de woorden tussen het nieuwe ons aan het sterven waren. Maar het is niet, het kwam gewoon. Net zoals de zon opkomt en terug gaat slapen. De term "wij" probeert alweer duidelijkheid te scheppen al telefonerend. Jij daar, ik hier en zo bengelt de afstand tussen ons in. Maar deze keer wordt deze weg bereden door de definitie. Voorzichtig baant het zich een weg op fragiele wegen die uiteindelijk wel altijd ergens uitkomen.De meningen zijn verdeeld, net zoals ons ratio.
Droom dan tenminste dat wij nimmer scheidden,
Wij droomden het zo vaak, kind, naast elkaar.
Nu kuste ik, toen je sliep, voor het laatst de zijde
Geurende overvloed van je wild haar.
Ik nam mijn vedel, liet me het raam uitglijden,
Sloop door den boomgaard, telkens omziend naar
Het venster, open in de klimtop, waar
Jij met een glimlach droomt dat wij nooit scheiden.
Droom dan, als in het sprookje, honderd jaar:
Droom dat je met mij zwierf en met me bij de
Herbergen speelde en dansen begeleidde -
Adieu. Wellicht maakt ginds een tovenaar
Een prinses van deze vedelaar
Wiens kus je wekt, en zijn wij nooit gescheiden.
Martinus Nijhoff - De muze en het meisje

Geen opmerkingen:
Een reactie posten