Een doos is geen doos. Een letter is niet zomaar een letter meer. Daar hebt gij nu wel voor gezorgd. Met enkele schermutselingen van zinnen dramde gij het op.
Daar stond ik dan. Gepakt en gezakt aan mijn eigen achterdeur. De tent stond op en de tuin lonkte. Verleidde.
Meneer Donker zou ons allemaal inpalmen. Dit ligt in elke ster besloten. De maan echter moet steeds opnieuw haar beste beentje voorzetten. Ook al bengelt ze boven al onze hoofden, waarom-vragen zijn complexe nachtdieren. Één oogopslag is niet voldoende.
Dus wacht ik gestaag. Mijn tentdeur staat op een kier en met de zaklamp in aanslag wacht ik. Tot de ochtend valt.
Enkel en alleen… vallen mijn ogen nu dicht.

