“Je denkt altijd, je bént nooit.
Punt.”
De intuïtie van die sensatie is nooit ver weg. De utopische gedachte wordt zonder meer gevoed. Een soort Bolero van ‘Zoiets van’. En samen sta je te wachten, op je eigen Godot, op je derde partij die deel uitmaakt van je groter geheel. Van je zijn, van je bént.
Je herkenningspunt: die oeroude boom die stilaan wordt gewurgd door groen gebladerte, samen met het vriendelijke gezicht dat doodleuk op de proppen komt met:
Godot komt vandaag niet, maar morgen zal hij zeker zijn afspraak nakomen…
Dus blijven we gezellig met ons denken wachten. Op een antwoord, dat geen antwoord hoeft te zijn. Vragen zijn nu eenmaal warmer van kleur.
met het onopgeloste in het hart,
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als ontoegankelijke ruimtes,
als boeken, geschreven in volkomen onbekende taal.
Wanneer men die vragen leeft,
leeft men misschien geleidelijk,
zonder het te merken,
op een ongewone dag
binnen in het antwoord.
((Met dank aan))

Geen opmerkingen:
Een reactie posten