maandag 30 juni 2008

Heen

Waar gaat het heen?

De vraag zoemt als muggen om het hoofd dezer dagen. Men kan nergens meer komen of het gaat ergens heen. Het is immers vakantie. Dan wordt het wakker. Vervolgens reist het af naar binnenland, buitenland, eiland, strand, iets op afstand.
Het gaat, zo begrijp ik, ergens heen om er ergens anderers tussenuit te zijn. Dan moet het 'vakantiegevoel' zijn.
Over dat gevoel bestaat een brede consensus. Die is de laatste weken opzienbarend gegroeid, aan schoolpoorten, in straatbeelden, aan blote benen. Zelfs op de zonnenbank van nieuwsankers. Het is een zichtbare zucht van opluchting. De bel na een eindeloos lesuur zinsontleding. Een ontlading van de zinnen.

Elk jaar sta ik dan voor hetzelfde raadsel: zoals ik er niet in kom, kom ik er niet onderuit. Ik weet niet eens waarin of waaronder. Ik raak gewoon niet met en niet zonder vakantie. Eén been in het tekort van een short, aan derde hardnekkig op lengte. Een lastig evenwicht.

Daarom ga ik al jaren op een dag religieus aan de tuintafel zitten, rinkel de ijsblokjes in de eerste pastis, een vrolijke sirene in het glas, en beslis: nu is het vakantie. Dan kijk ik naar de vakantie en vangt een grondelose rusteloosheid aan.
Nu, dus, moet ik er tussenuit, nu moet ik dringend verplaatsen, nu verwacht mij nog maar één ding: een bestemming. Anders kom ik hier nooit meer weg, versteen ik tot porfier in mijn hier.

Zo zat ik dus weer nagelbijtend rond het tinkelende glas, turend naar het langzaam bruinend tuingras, besluiteloos luisterend naar de jaarlijkse uittocht in de verte.
Waar zal ik eens heen gaan.
Tegen de schermering ben ik opgestaan, richting de bries in de hazelaar.
Ik heb hem gegroet, die eeuwige vakantieganger in plaatselijke struiken. Ik heb het glas op hem geheven en hem gevraagd: waar gaat het dit jaar heen?

Bernard Dewulf

zaterdag 28 juni 2008

Instinct tot verdwalen.

De nacht sluipt stilaan door smalle kieren. Gewikkeld in de mantel der anonimiteit schrijf ik dit op.
Zo. Ziehier.
Bewijs is alweer geleverd, de wereld kent terug een fantasmagorie.
Bedankt meneer Étienne-Gaspard Robert. U was mijn verrijking voor vandaag.

Gekluisterd in het schimmige hoofd van mijn personage, ga ik dwalen. Ver-dwalen.
En als het personage zichzelf opendoet in mijn denkbeeldig boek, moet ik lachen.
Realiteit is muzikaal aangelegd. Soms kan het je smaken, andere keren wordt je maag lastig.

En dan heb je de eeuwige onbekende, die algauw versmelt met menig gezicht van passanten.
Twee om exact te zijn. Precisie. Juist ja.

Ik kan je niets zeggen, want één woord
En al jouw achting voor me is vermoord.
Ik gluur maar naar je hals en naar je handen.
Gerrit Komrij